Garanties op interoperabiliteit in het Gezondheidsinformatiestelsel: waarom nu handelen cruciaal is

Tijdens het ICT & Health World Conference 2025 presenteerden Pieter van Gemeren en ik onze visie op interoperabiliteit binnen het Nederlandse en Europese gezondheidsinformatiestelsel. De centrale boodschap: interoperabiliteit is geen luxe, maar een absolute voorwaarde voor toekomstbestendige zorg.

De noodzaak van grootschalige interoperabiliteit

De zorg verandert snel. Samenwerking tussen zorgverleners, organisaties en systemen wordt steeds intensiever — nationaal én Europees. Waar systemen vroeger geïsoleerd waren, vraagt de huidige praktijk om open, veilige en gestandaardiseerde gegevensuitwisseling. De Europese ontwikkelingen, zoals de EHDS, maken deze urgentie alleen maar groter.

De uitdaging: versnippering en afhankelijkheden

Nederland kent een rijk landschap aan standaarden, infrastructuren en afsprakenstelsels (zoals AORTA, Twiin, MedMij en Nuts). Maar deze sluiten niet vanzelf op elkaar aan. Zonder duidelijke kaders en knooppunten aan de grenzen riskeren we dat Nederland de aansluiting op Europese interoperabiliteit mist.

Interoperabiliteit raakt alle lagen van het zorg-IT‑ecosysteem: van wetgeving en beveiliging tot processen, informatie en infrastructuur. Alleen afspraken op alle lagen samen vormen een werkend geheel.

Top‑down én bottom‑up: twee perspectieven die elkaar nodig hebben

In de praktijk kijken partijen vaak vanuit hun eigen dominante laag: beveiliging, proces, informatie of techniek. Dat leidt tot verschillende prioriteiten en soms tot frictie. De kunst is om balans te vinden tussen:

  • Top‑down sturing (wetgeving, governance, kaders)
  • Bottom‑up realiteit (techniek, applicaties, informatie)

Interoperabiliteit wordt bereikt als alle lagen goed op elkaar aansluiten. Zie hiervoor bijgaand figuur.

Die balans is essentieel om innovatie mogelijk te maken zonder veiligheid of betrouwbaarheid te verliezen.

Afsprakenstelsels als fundament

Informatiestandaarden alleen zijn niet genoeg. Pas wanneer afspraken worden vastgelegd in een afsprakenstelsel — inclusief governance, beheer, beveiliging en procesafspraken — ontstaat echte interoperabiliteit.

Twiin en AORTA spelen hierin een sleutelrol. Samen vormen ze een basis voor het Landelijk Vertrouwensstelsel (LVS) en het Landelijk Dekkend Netwerk (LDN). Binnen AORTA zorgen de GBZ‑eisen (Goed Beheerd Zorgsysteem) al meer dan tien jaar voor bewezen continuïteit en betrouwbaarheid. Het uitbreiden van dit beheer naar andere uitwisselsystemen is logisch én wenselijk.

Naar een landelijk vertrouwensstelsel

Het LVS brengt de vertrouwensafspraken van verschillende infrastructuren samen. Door verschillen te analyseren, overlap te identificeren en kaders te harmoniseren ontstaat een fundament waarop het Gezondheidsinformatiestelsel (GiS) kan bouwen. Dit is cruciaal voor zowel nationale als grensoverschrijdende uitwisseling.

Hybride besturing: wendbaarheid én stabiliteit

Grootschalige uitwisseling vraagt om stabiliteit (modus 1), kleinschalige innovatie om wendbaarheid (modus 2). Een hybride vorm van IT‑governance is nodig om beide te faciliteren. Denk aan:

  • Modus 1: betrouwbaarheid, standaardisatie, continuïteit
  • Modus 2: innovatie, snelheid, experimenteren

Zorgorganisaties moeten beide vormen van besturing en IT-governance beheersen om data‑gedreven zorg te realiseren en ook in te kunnen blijven spelen op vernieuwing.

De weg vooruit

De Nationale Visie en Strategie (NVS) schetst een route van doen (2023–2026) naar denken (2027–2030) en uiteindelijk dromen (2031–2035): een volledig geïntegreerd, landelijk dekkend netwerk dat primair en secundair gebruik van data verbindt.

Conclusie

Interoperabiliteit is mensenwerk. Het vraagt om samenwerking, standaardisatie en gedeelde verantwoordelijkheid. De fundamenten voor een Europese zorginfrastructuur moeten we vandaag leggen — niet morgen.

zie bijgaande presentatie voor verdere details:

Architectuur en interoperabiliteit in de zorg: op weg naar grenzeloze IT-dienstverlening in een open speelveld

De zorg verandert — en daarmee de communicatiebehoefte

De zorg is fundamenteel aan het veranderen. Waar zorg lange tijd georganiseerd was rond de individuele instelling en de transmurale overdracht, bewegen we naar netwerkzorg: samenwerking tussen verschillende experts, over de grenzen van organisaties, domeinen en regio’s heen. De patiënt krijgt daarbij een steeds grotere regierol — van ondersteuning tot volwaardige participatie — en de focus verbreedt van verzorging en behandeling naar preventie, gedrag en gezondheid.

Deze verandering heeft directe gevolgen voor de informatievoorziening en de architectuurkeuzes die daarbij horen. Informatie was ooit ondersteunend: facilitair, administratief, financieel. Inmiddels is informatie strategisch geworden — medisch noodzakelijk voor de continuïteit en kwaliteit van zorgverlening. Netwerkzorg vergt informatiedeling, en niet alleen van de gegevens zelf: ook de betekenisvan informatie moet gedeeld worden. En omdat die informatie real-time, op de juiste plaats en op het juiste moment beschikbaar moet zijn, is automatisering van informatiedeling onvermijdelijk: elektronische communicatie op basis van afspraken.

De huidige situatie: betrokkenheid, passie, geld en silo’s

Wie het huidige Nederlandse zorg-IT-landschap overziet, ziet een paradox. Er zijn ontzettend veel initiatieven om het informatiegebruik in de zorg te verbeteren — met veel betrokkenheid, passie, doorzettingsvermogen en veel geld. En toch is het resultaat een lappendeken: landelijke, regionale, categorale en leveranciersgebonden zorgnetwerken en afsprakenstelsels die nauwelijks samenhangen. Denk aan het LSP, regionale netwerken, NUTS, portalen, PGO’s via MedMij, Koppeltaal voor eHealth-integratie, ZorgDomein, zorgmail en talloze losse point-to-point-verbindingen.

Deze netwerken verschillen in volwassenheid, kunnen onderling niet uitwisselen en vormen daarmee silo’s. Het meest wrange: ze gebruiken deels dezélfde informatiestandaarden, maar geven daar ieder een eigen technische invulling aan. Generieke functies — de bouwstenen die stelseloverstijgend nodig zijn — zijn er nog maar beperkt en zijn in ontwikkeling, onder meer gestimuleerd door de Wegiz. AORTA levert de eerste gemeenschappelijke voorzieningen, en Twiin fungeert als verbindend afsprakenstelsel, nu nog met een beperkte scope zoals beeldbeschikbaarheid en de Basisgegevensset Zorg.

Ook op visieniveau is er versnippering. Er lopen verschillende initiatieven om tot een architectuurvisie op de zorg te komen — DIZRA, de visie op samenhang in zorginfrastructuren, AORTA, Twiin, CumuluZ, en meer. Ze verschillen in doelgroep, scope, uitgangspunten, principes, tijdspad en zelfs in de gebruikte woorden. Maar wie goed kijkt, ziet grote overeenkomsten in doelstelling, visie en essentie. Precies daar ligt de opgave: niet nóg een visie ernaast, maar een gedragen en samenhangend beeld van hoe we van de huidige situatie naar de gewenste toekomstige situatie komen.

Wat we onder interoperabiliteit verstaan

In de architectuurvisie hanteren we een brede definitie van interoperabiliteit: dat partijen kunnen samenwerken en gebruik kunnen maken van elkaars dienstverlening, en dat de informatie-uitwisseling daarbij optimaal is. Interoperabiliteit is dus nadrukkelijk méér dan een technisch vraagstuk. Zij moet op álle lagen gerealiseerd worden: van wet- en regelgeving en organisatorische afspraken, via processen en informatie, tot applicaties en het technische netwerk voor onderlinge connectiviteit.

Dat gelaagde denken is essentieel. In een privaatrechtelijke context is er geen wet die een voorziening voorschrijft; daar vormen afspraken en afsprakenstelsels de basis op beleidsniveau. Architectuur helpt zorgaanbieders vervolgens te bepalen wat gemeenschappelijk is op procesniveau, dat te ondersteunen met gemeenschappelijk ontworpen informatiediensten, die te realiseren met centrale en decentrale applicatiecomponenten, en dat alles te laten draaien op een gedeelde technische infrastructuur. Daarbij geldt: de onderste lagen lenen zich het best voor internationale standaardisatie, terwijl naar de bovenste lagen toe standaardisatie steeds meer een nationale aangelegenheid wordt.

Principes als kompas

Een architectuurvisie zonder principes is stuurloos. Wij hanteren het VZVZ Manifest als morele leidraad — persoon op één, zorg-centrisch, waardegedreven, in balans, samen, met liefde en lef, op alle lagen, keuzevrijheid, transparant en veilig — en gebruiken de DIZRA als leidraad voor de concretisering daarvan. Daaruit is een samenhangende set architectuurprincipes afgeleid. Een aantal daarvan licht ik er graag uit, omdat ze het denken over interoperabiliteit wezenlijk kleuren.

Gegevens bij de bron. Gegevens worden onder verantwoordelijkheid van de bron eenmalig opgeslagen en steeds bij de oorsprong opgevraagd. Gekopieerde gegevens verliezen hun waarde door verloop in actualiteit; door telkens bij de bron op te vragen blijft de datakwaliteit — en daarmee de patiëntveiligheid — geborgd, omdat foutieve gegevens alleen door de bron gecorrigeerd kunnen worden. De dossierhoudende zorgaanbieder houdt bovendien conform de wetgeving (AVG, WGBO, Wabvpz) de controle over toegangsverlening en doelbinding.

FAIR-data. Binnen de wettelijke kaders hanteren we de FAIR-uitgangspunten: gegevens moeten vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn, met persistente identifiers, rijke metadata en open, universeel implementeerbare protocollen. FAIR verbindt het zorgdomein bovendien met een internationale wetenschappelijke beweging rond datamanagement en stewardship.

Een vertrouwensmodel als kern van elk stelsel. Elektronische uitwisseling van medische gegevens staat of valt met vertrouwen. Een stelsel of voorziening beschrijft daarom expliciet hoe het vertrouwen tussen deelnemers is geregeld: het geheel van technische, organisatorische en juridische waarborgen — identificatie, authenticatie, behandelrelatie, toestemming, logging, beveiliging, beschikbaarheid en transparantie — dat de vertrouwelijkheid van het medisch dossier borgt.

Privacy by design en Zero Trust. Privacy is geen laag die achteraf wordt toegevoegd, maar zit ingebouwd in het ontwerp: proactief, als standaardinstelling, zonder valse tegenstellingen tussen functionaliteit en privacy. Daaraan gekoppeld hanteren we het Zero Trust-uitgangspunt: never trust, always verify. Devices worden standaard niet vertrouwd, ook niet binnen een geautoriseerd netwerk; toegang tot bronnen wordt continu geverifieerd en de impact van een eventuele inbreuk wordt geminimaliseerd.

Open speelveld en keuzevrijheid. Aansluiten op of gebruikmaken van gemeenschappelijke diensten is een keuze; alle partijen in de zorg mogen en kunnen er gebruik van maken. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit principe nuancering verdient: waar een verplichte gemeenschappelijke centrale dienst aantoonbaar eenvoudiger, goedkoper of veiliger is — denk aan voorzieningen die per definitie door één partij beheerd worden — kan die keuze legitiem zijn. Principes zijn een kompas, geen dogma.

Hybride besturing: twee snelheden, één stelsel

Een architectuurvisie moet niet alleen beschrijven wát we willen, maar ook hóe we er komen — en dat in een landschap waarin betrouwbaarheid en vernieuwing beide geboden zijn. Daarom kiezen we voor hybride, bimodale besturing van IT. Modus 1 is traditioneel en legt de nadruk op veiligheid, nauwkeurigheid en betrouwbaarheid: planmatig, met langetermijncontracten en structurele financiering. Modus 2 is verkennend en legt de nadruk op wendbaarheid en snelheid: agile, kort-cyclisch, met innovatieve leveranciers en nieuwe toetreders.

Beide modi zijn nodig, en juist dáárom is een verbindend afsprakenstelsel onmisbaar. De afspraken bepalen hoe modus 2 met modus 1 kan communiceren, hoe een in modus 2 ontwikkelde toepassing kan worden overgebracht naar modus 1, en hoe beide modi tegelijk kunnen werken met ieder een eigen governance. De principes — van DIZRA en AORTA — helpen daarbij te bepalen wat in het architectuurdenken bovenaan staat, en hoe modus 1 zich toekomstvast kan blijven vernieuwen.

Van monoliet naar open platform

De richting van de transformatie laat zich goed illustreren aan de ontwikkeling van het IT-landschap zelf. We komen van grote, sterk vervlochten monolithische systemen: moeilijk vervangbaar, met harde koppelingen naar de buitenwereld en weinig flexibiliteit. Via een hybride landschap — een mix van grotere en kleinere, relatief onafhankelijke systemen, verbonden via integratie-middleware — bewegen we naar een open IT-platform: een ecosysteem van innovatieve toepassingen op een platform dat van zichzelf open is, met generieke API’s voor alle data, afgedwongen standaardisatie en een focus op continue innovatie.

Voor AORTA betekent dit een modulaire architectuur. Het gebruik van voorgedefinieerde, herbruikbare zorgservices vereenvoudigt het ontwerpen van uitwisselingen voor nieuwe zorgtoepassingen, bespaart ontwikkelinspanning en -kosten, verkort doorlooptijden en reduceert de complexiteit voor XIS-leveranciers die meerdere zorgtoepassingen implementeren. Een zorgservice levert daarbij generieke functionaliteit — autoriseren, lokaliseren, adresseren — die locatie-onafhankelijk is en kan communiceren met gelijksoortige services. Functies worden ingevuld door componenten (zoals Mitz voor toestemming of het Zorgadresboek voor adresseren), en componenten door leveranciers: regievoering vanuit contract in plaats van vanuit één systeem.

Ook het LSP zelf transformeert in dit beeld: van monolithisch, via hybride sturing van modulaire functies, naar regievoering op losse services. Functionele modules blijven nodig, maar worden opgebouwd uit herbruikbare services — ieder met potentieel eigen beheereisen, meerdere ontwikkel- en hostingpartners, en méér aandacht voor gecoördineerde planning en ‘LSP-regie’. Dat vraagt evenveel van de organisatie als van de techniek.

Tot slot: architectuur als verbindende taal

De rode draad in dit alles is dat architectuur en interoperabiliteit geen technische exercities zijn, maar verbindende disciplines. De zorg is geen vrije markt: vrijwel alles is wettelijk gereguleerd, verantwoordelijkheden zijn verdeeld over publieke en private partijen, en ketenafhankelijkheid vergt afstemming via een gezamenlijke roadmap. Juist in zo’n context is een architectuurvisie geen luxe maar noodzaak — extern, omdat afstemming over bestaande én nieuwe voorzieningen om architectuur vraagt; intern, omdat patiënten, zorgaanbieders en leveranciers samenhang vragen die alleen door voorziening-overstijgend ‘werken onder architectuur’ geleverd kan worden.

De doelstelling is dan ook geen blauwdruk, maar een breed gedragen visie en ontwerp voor de inrichting van informatie-uitwisseling in de zorg: zorgbreed, met oog voor haalbaarheid in de komende jaren, en groeiend naar een steeds efficiënter ecosysteem voor de netwerkzorg van de toekomst. Grenzeloze IT-dienstverlening in een open speelveld — dat is geen eindstation dat we in één keer bereiken, maar een richting waarin we, met principes als kompas en afspraken als verbindend weefsel, stap voor stap bewegen.

Podcast over leiderschap in de digitale wereld

Ik ben in een podcast geïnterviewd door Licht bij Donker over leiderschap in onze digitale wereld en deze staat online. Je kan de podcast luisteren via Apple Podcast: https://podcasts.apple.com/nl/podcast/de-licht-bij-donker-podcast/id1671022716?i=1000658575204 of via Spotify: https://spotify.link/EUDTdFx7kKb

Samenvatting: Zet in op leren en samenwerken en boost verandering.
Het hoge tempo van verandering in deze digitale wereld vraagt dat we continu leren. Niet alleen als individu maar ook als organisatie en als netwerk van organisaties. Dit vraagt om situationeel leiderschap.
In deze aflevering spreekt Frank Willems over zijn ervaringen met situationeel leiderschap in dit digitale tijdperk. We hebben het over het belang van verbinding maken, kaders stellen, leren in netwerken, het samengaan van de run en de change en het iedere keer weer teruggaan naar je eigen doel. Heel veel luisterplezier!

DIGITALISERING IN DE ZORG VIA VIJF DOORBRAKEN EN EEN VERANDERAANPAK

Een whitepaper over digitale strategie in de zorg

Onlangs heb ik een online lezing gegeven en kreeg daar erg leuke reacties op. En een aantal verzoeken of ik de inhoud van de lezing ook in een whitepaper kan publiceren. Dat heb ik gedaan via LinkedIn en in de deze blog tref je de pdf aan. Veel leesplezier.

Transformeren naar digitale zorg blijkt in veel zorgorganisaties een moeilijker opgave dan vooraf was ingeschat. Waar ligt dat aan en vooral hoe kan dat worden voorkomen?

Digitalisering is de verandering van informatie, communicatie en diensten naar een digitale vorm. Digitalisering heeft zowel betrekking op de informatie zelf, op de bijbehorende procedures, op de processen en de vaardigheden, dienstverlening, houding en gedrag van zorgverleners én patiënten. Digitalisering gaat dus veel verder dan technologie, digitalisering gaat ook over het effect die de verandering heeft op ons als mensen, onze organisaties en werkprocessen, en onze samenleving.